U bent hier

De behandeling van meneer Johan

Meneer Johan heeft de ziekte van Huntington en woonde twee jaar bij Atlant op de Heemhof. Daarvoor was hij in de psychiatrie terecht gekomen. Atlant sprak voor het verhaal van Johan met verschillende van zijn hulpverleners. Meneer Johan is op 27 oktober 2018 overleden.

Vloeken

Sander Gerritsen was een van de verzorgers die meneer Johan heel goed kende. ‘In de psychiatrie heeft hij het niet fijn gehad. Hij werd van huis opgehaald. Hij was altijd zelfstandig, het is een man die graag alleen was. Er waren te veel prikkels.’ De verzorgers zochten naar de wijze hoe met hem om te gaan. ‘Je moest met meerdere mensen zijn om hem in toom te houden. In de eerste periode hebben we met ons handen in het haar gezeten, hij ging altijd naar ons spugen. Hij at niet in de huiskamer, was aan het schelden. Hij vloekte zo veel in de hoop dat hij naar zijn kamer kon.’ Sander maakt een pauze, fronst ‘Hij is nu vriendelijk en humoristisch, een lieve man.’

Medicatie

Tom Stor was de arts van meneer Johan. ‘Ik hoorde dat meneer heel erg ontremd is, geagiteerd, gekke dingen doet. Er zat boosheid in, agressie. Bij de psychiatrie waren ze uitgekomen op een hele nare cocktail aan medicatie. Huntington hoort ook niet in de psychiatrie. De stijfheid en ook het bewegen van de mond, dat komt door de voormalige medicatie.’ Tom snapt dat het erg was voor de verzorging. ‘Je moet het persoonlijke eruit halen. Hij doet het er niet om. Je kijkt tegen een stoornis aan, een handicap. Reflecteren, abstraheren, dat lukt niet meer.’ Stap voor stap werd de medicatie bij Johan afgebouwd. ‘We hebben er een jaar over gedaan. Ze hadden hem gedempt, dus daarom nam ook zijn begripsvermogen af. Hij ervaart nu meer. We zijn een heel eind gekomen.’

"Mensen worden hier alleen maar slechter. Hij niet, hij is alleen maar opgeknapt"

Doorzetten

Jonieke Bredewold was meneer Johan‘s EVV-er. ‘Ik heb hem aangesproken op zijn gedrag. Hij kon de hele wereld bij elkaar vloeken. Ik ging dan ook weg. Dat moet je dan consequent volhouden. Hij begrijpt dat.’ Jonieke pakt het boek over de verhuizing van de afdeling van Beekbergen naar de Heemhof erbij. ‘Wij zijn het team wat al veel meer aankon. Wij zaten daar alleen. We hebben niets meer gek gevonden.’ Haar ogen fonkelen. ‘Na vier dagen hier kreeg meneer Johan een longontsteking. Hij was er slecht aan toe. Toen merkte ik, hij is eigenlijk best leuk. Na een maand zijn we begonnen de medicatie af te bouwen. Mensen worden hier alleen maar slechter. Hij niet, hij is alleen maar opgeknapt. Hij doet veel meer. ‘Ik heb pas later aan mijn collega’s verteld dat meneer Johan uit de psychiatrie komt. Probeer eerst zelf te kijken, dat is belangrijker.’

Groei

Maaike Nieuwkamp is logopedist: ‘Er was heel veel weerstand. Hij had niet voldoende inzicht in zijn problemen. Maar nu zocht hij contact.’ Maaike vroeg zich af hoe zij hem zou kunnen motiveren en bedacht samen een mail naar zijn dochter te sturen. ‘Toen verscheen een lach op zijn gezicht. We typen om en om, dat gaat heel leuk. Dat had ik niet verwacht, want er is zoveel kapot in zijn hersenen. Maar hij doet het best adequaat.’ Lianne van Veldhuizen, ergotherapeut, werd gevraagd hem het rijden in de elektrische rolstoel bij te brengen, zo ervaart hij ook meer vrijheid. ‘Hij is iemand die er heel handig in is. Hij pakte het veel beter op dan ik dacht. Men moet hem niet confronteren met iets wat hij niet kan.’ Saskia Ellinger, fysiotherapeut, bevestigt ‘Ik verbaas me hoe hij in de elektrische rolstoel rijdt. Hij kijkt achterom. Hoe hij de draai maakt, heel beheerst.’

"Er moet een zekere voorspelbaarheid zijn, zeker als er chaos in je hoofd is"

Omslag

Lia van Gelder, teamleider: ‘het komt door de consequente houding, aan afspraken houden, duidelijk zijn. De omslag is gebeurd omdat hij begrepen werd. Sander: ’Voor mij duurde het lang voordat de vertrouwensband er was. Hij houdt van structuur. Hij heeft zijn riedeltjes waar je je aan moet houden.’ Tom: ‘Het bieden van veiligheid. Een vast patroon aanbieden. Er moet een zekere voorspelbaarheid zijn, zeker als er chaos in je hoofd is.’ Bijzonder is ook dat meneer Johan zijn humor heeft terug ontdekt. Lianne: ‘De benadering heeft geholpen bij hem. Dat ze grappen met hem maken.’ En juist de verzorging heeft de meeste klappen gekregen, zij zijn het dichtst bij hem. Sander: ‘Het is natuurlijk zijn lichaam waar je aan zit.‘ Maar opgeven is geen optie.

 

Johan is niet de echte naam van meneer Johan. Op de vraag hoe hij graag in het verhaal wilde heten antwoordde hij dat hij al lange tijd grote fan is van Johan Cruijff. De zorgmedewerkers vinden Johan ook een echte meneer en spreken hem daarom ook zo aan. Vandaar ‘Meneer Johan’. De hele casus is hier te lezen bij Atlant.